Cactussen en vetplanten

De naam succulent komt van het Griekse woord 'succus', dat sap betekent. Succulenten is een verzamelnaam voor diverse plantenfamilies die vocht kunnen opslaan in wortel, stengel of blad. 

Succulenten zijn niet echt gevoelig voor temperatuur, zowel hitte als kou kunnen ze hebben. Voldoende licht is wel aan te raden. Het zijn uitgesproken zonliefhebbers. Om te kunnen overleven onder droge omstandigheden slaan vetplanten en cactussen hun vocht op in bladeren, stengels en wortels. De meeste vetplanten hebben dan ook vlezige bladeren. Wanneer ze te droog staan kunt u de bladeren ook zien verschrompelen. Een scheut water doet dan wonderen. Het is dan ook overbodig om te vertellen dat deze planten zich prima thuis voelen op een warme plek op de vensterbank maar let op want de kans op verbranding achter glas is groot. Bij succulenten moet de grond uitdrogen tussen twee gietbeurten in, giet bij voorkeur 's avonds. Een voorbeeld van een succulent is Aloë Vera. 

Een succulent is makkelijk in de verzorging. Ze krijgen liever te weinig dan te veel water. Geef ze in de groeiperiode matig water, één keer in de week is meer dan voldoende. In de zomer kunt u ze met pot en al ingraven in de tuin. Gebruik bij het verpotten altijd speciale cactusgrond, deze grond voldoet aan de specifieke eisen van deze planten, ze groeien het best in voedselarme, goed gedraineerde grond anders is de kans op rotvorming groot. In de winterperiode wanneer de groei stilstaat, het watergeven terugbrengen naar eenmaal in de 2 weken anders is de kans op verrotting groot.  

Sommige succulenten hebben een helende werking bij snij- en brandwonden.  

Cactussen zijn de meest bekende vetplanten (succulenten). Het verschil tussen cactussen en succulenten is de kussenachtige knobbel (aureool) waaruit bij cactussen de stekels groeien. 

De doornen van cactussen zorgen er soms voor dat de plant vocht uit de lucht kan vasthouden, maar meestal dienen ze ter bescherming tegen planteneters.