Vleesetende planten

Vleesetende planten houden je huisje insectvrij

Vleesetende planten worden ook wel carnivore planten genoemd. Met hun kleurrijke en ongewone uiterlijk vangen ze insecten en spinnen. Deze planten halen hun voedingstoffen dan ook zowel uit de grond als uit kleine insecten en spinnen. De vleesetende planten vangen deze diertjes elk op hun eigen manier, waaronder dichtklappende vangbladeren, klevende bladeren, bekervormige bladeren waarin de diertjes worden gevangen. Er zijn voornamelijk 6 families van de vleesetende planten: Lentibulariaceae, Byblidaceae, Cephalotaceae, Nepenthaceae, Sarraceniaceae en Droseraceae. 

Hoe je vleesetende planten verzorgen?

  • Het merendeel van de vleesetende planten heeft het liefst een plekje onder de volle zon. Zolang de planten over voldoende water (natte voeten) beschikken is felle zon zelfs zeer welkom.
  • Laat de potgrond nooit uitdrogen en geef geen water op de plant, maar in de schotel. 
  • Zet de plant in een wijde schotel met een laagje water. Hoe groter de pot, bak of schaal, hoe minder snel deze zal uitdrogen. 
  • Gebruik bij voorkeur regenwater of zacht leidingswater. De planten verdragen geen kalk. 
  • Verpot de vleeseters om het jaar in grove turf. De beste periode hiervoor is het voorjaar. 
  • Verwijder afgestorven bruine blaadjes of kelken om schimmelgroei te voorkomen. 
  • Geef de planten in de winter minder water, zodat de grond matig vochtig blijft. 
  • Zet de vleesetende planten tijdens de groei gerust in zure potgrond in een grote schaal met een paar centimeter water.
  • Vleesetende planten hebben geen plantenvoeding nodig, ze hebben hun eigen voedingsdieet.
  • Geef de planten geen eten, het eten komt wel vanzelf naar hun toe.