Je tuin, een dierentuin?

Je tuin, een dierentuin?

Nu dieren a alsmaar moeilijker een geschikte plek vinden om te fourageren, zich voort te planten en veilig te leven, worden tuinen hun toevluchtsoord. Zo maak je van je eigen groene paradijs, ook een paradijs voor dieren.

  • Leg een vijver(tje) aan. Water is de bron van alle leven; geen enkel levend wezen kan zonder. Als ze de keuze hebben, geven kikkers, padden, vogels, libellen, waterjuffers en salamanders er dan ook de voorkeur aan in (de nabijheid van) een tuin met vijver te leven. Maak zo’n tuinvijver niet te aan de buitenste randen, laat ‘m zachtjes schuin aflopen of leg er een loopplankje in, zodat wilde dieren er makkelijk in en uit geraken, en zet er ook genoeg planten in.
  • Tip: is je tuin echt te klein voor een vijver, graaf dan een teiltje in het gazon of tussen de planten in en vul het met schoon water. Vogels komen er maar wat graag drinken en het stof van hun veren spoelen.
  • Plant een losse, gemengde haag. Insecten, kleine zoogdieren en vogels vinden er nestgelegenheid, voedsel en beschutting tegen extreme weersomstandigheden. Enkele geschikte planten: meidoorn, veldesdoorn, hazelaar, sleedoorn, kornoelje, wilde roos, kardinaalsmuts
  • Maak of koop een insectenhotel om solitaire bijen, lieveheersbeestjes, vlinders, sluipwespen, zweefvliegen en andere nuttige beestjes aan te trekken.
  • Leg een houtstapel aan in een verloren hoekje van de tuin. Ook daarop komen insecten en kleine zoogdieren af. Het is voor hen ook een ideale overwinteringsplek.
  • Vermijd het gebruik van herbiciden en pesticiden in je strijd tegen ongewenste planten en dieren. Je treft er ook vaak nuttige soorten mee. Neem daarom je toevlucht tot natuurlijke middelen.
  • Zet planten die bijen en vlinders lokken. Plant ze in groepjes, want hoe meer kleur en geur bij elkaar, hoe makkelijk de insecten de planten ontdekken. Kies daarbij voor planten met verschillende bloeiperiodes, zodat de aanvoer van nectar het hele jaar door verzekerd is. Goede vlinderplanten: vlinderstruik, koninginnestruik, lavendel, kattenkruid, salie, rode zonnehoed, Verbena bonariensis, Phlox paniculata,…
  • Goede bijenplanten: lavendel, klimop, vingerhoedskruid, stokroos, kogeldistel, duizendblad…
  • Maak de tuin niet al te ‘clean’. Laat dus wat uitgebloeide bloemen staan: bessen en zaaddozen zijn een belangrijke voedselbron voor vogels. Laat bijvoorbeeld ook eens wat brandnetels staan, waar ze geen kwaad kunnen: het zijn belangrijke waardplanten voor verschillende vlindersoorten.
  • Maai het gras niet te kort. Insecten, kevers, sprinkhanen vinden het heerlijk wonen in wat hoger gras en rupsen en vlinders vinden er voedsel.
  • Leg een composthoop aan. Wormen, kevers en ander klein grut die daarin wroeten, maken van je tuinafval heel mooie, nuttige compost. 

Kijk ook eens naar de volgende berichten:

Geef onkruid geen kans

Voorkomen is beter dan genezen; dat geldt zeker voor onkruid. En het goede nieuws is dat doeltreffende preventie niet eens zo moeilijk is. Een naakte bodem is om onkruid vragen. Het onkruidzaad vindt er alles wat het nodig heeft om te ontkiemen, namelijk licht en een zee van plaats. Door licht en ruimte te beperken, blijf je het onkruid dan ook een stap voor. Houd de bodem dus altijd bedekt.

Lees meer...
Bollen, knollen, wortelstokken: nu planten, straks een tuin vol bloemen

Nog voor de laatste lentebollen het voor dit jaar weer voor bekeken houden, is het tijd om de zomerbollen in de grond te stoppen. Zo valt de bloei in je tuin nauwelijks stil en is kleur gegarandeerd tot bij het begin van de herfst.

Lees meer...
Moestuinieren in april

In april is het ook in de moestuin alle hens aan dek. Je kunt veel zaaien, eventueel binnen voorgekweekte plantjes uitplanten, jonge kruiden- en groenteplanten kiezen en kopen…

Lees meer...
Oplossingen voor een buxusmotplaag

Buxus wordt momenteel geplaagd door de buxusmot-rups: een groen-zwart rupsjes van een Aziatische vlindersoort vreten op een week tijd grote stukken buxus kaal. Deze rupsjes overwinteren in hun cocon en als het warmer wordt komen ze als jonge rupsjes de buxus kaalvreten. Enkele weken later (half april) verpoppen ze en vindt men witte spinseldraden in de buxus tussen de kaalgevreten takjes. Eind april zal de vlinder te zien zijn en een maand later legt die opnieuw eitjes aan de onderkant van gezonde buxusblaadjes. Een paar weken later herbegint de cyclus met rupsjes die de buxus kaalvreten: tot driemaal per jaar. Groendekor biedt meerdere oplossingen ...

Lees meer...